Achter de muur van “ik heb het druk”

Share on Facebook
Share on X
Share on Linkdin
Share on Pinterest

Sommige mensen zien in elke vraag een kans, anderen zien er vooral een bedreiging in. De gevolgen van die zienswijze zijn groot. Ik kijk naar die twee houdingen, waarom de veilige muur van “ik heb het druk” eigenlijk meer kost dan je denkt en waarom ik daar soms ook achter sta.

De laatste tijd voer ik veel gesprekken. Over van alles, maar vooral over Veritas Ontwikkeling. Ik deel ideeën, stel vragen en vraag mensen om mee te denken. Dat heeft tot een duidelijke observatie geleid.

Er zijn mensen die enthousiast reageren. Ze stellen wedervragen, denken mee, komen met een idee waar ik zelf nog niet aan had gedacht. En er zijn mensen die nauwelijks of helemaal niet reageren. Een mail blijft liggen. Een vraag wordt afgedaan met “lastig moment, ik heb het nogal druk”.

Natuurlijk is er nuance. Iedereen heeft weleens een drukke week. Maar als ik eerlijk ben, komt het grofweg neer op twee soorten mensen. Mensen die bedreiging zien. En mensen die kansen zien.

Wat er gebeurt als je een vraag krijgt

Het verschil begint niet bij de vraag, maar bij wat je er in je hoofd van maakt. De psychologen Lazarus en Folkman beschreven al in de jaren tachtig dat we elke situatie razendsnel beoordelen[1]. Eerst: is dit belangrijk voor mij? Daarna: heb ik genoeg in huis om dit aan te kunnen? Is het antwoord ja, dan ervaren we een uitdaging. Is het antwoord nee, dan ervaren we een bedreiging.

Dat is geen theorie op papier. Onderzoek laat zien dat je lichaam er ook anders op reageert[2]. Bij een uitdaging pompt je hart efficiënt bloed rond en presteer je beter. Bij een bedreiging trekken je bloedvaten samen, schiet je in de verdediging en word je denken smaller.

En precies dat laatste is het probleem. Angst vernauwt je blik, positieve emoties verbreden hem. Barbara Fredrickson noemt dat de broaden-and-build-theorie[3]. Wie in kansen denkt, ziet letterlijk meer mogelijkheden. Wie in bedreigingen denkt, ziet vooral wat het hem gaat kosten.

De ironie van jezelf beschermen

Wie een vraag als bedreiging ervaart, gaat beschermen. Tijd, energie, rust. Dat is menselijk, en Hobfoll heeft er zelfs een hele theorie over geschreven[4]. Mensen zijn er volgens hem op gericht om hun hulpbronnen te bewaken. Maar er zit een venijnige kant aan: wie alleen nog bezig is met beschermen, investeert niet meer. En wie niet investeert, raakt uiteindelijk juist méér kwijt.

Dat is wat ik ook steeds weer zie. De houding die bedoeld is om niets te verliezen, kost het meest. Je kapt iets af voordat het kans heeft gekregen om te ontstaan. Je zegt niet “nee” tegen een idee, je zegt “nee” tegen iets wat je nooit hebt bekeken.

Achter die muur van “ik heb het druk” ben je eigenlijk vooral met jezelf bezig. Niet met de ander, niet met wat er samen zou kunnen ontstaan. Je denkt dat je jezelf beschermt, maar je sluit jezelf op.

Misschien denk je: dat valt toch wel mee? Onderzoek naar spijt zegt iets anders. Op korte termijn hebben we spijt van dingen die we deden. Maar kijken we terug op ons leven, dan hebben we vooral spijt van wat we niet deden[5]. De gesprekken die we afhielden. De kansen die we lieten liggen omdat het even niet uitkwam, omdat het ons beangstigde.

Kansen zien is niet naïef

Nu zou je kunnen denken dat mensen die kansen zien vooral optimistisch zijn. Overal “ja” op zeggen. Dat is niet de realiteit, niet wat ik met deze post duidelijk wil maken.

De mensen met wie ik het liefst samenwerk, zijn juist realistisch. Ze kijken eerst, denken mee en durven daarna eerlijk te zijn. Blijkt een kans toch geen kans? Dan zeggen ze dat. Helder en zonder drama. Ze zijn scherp genoeg om het te plaatsen waar het hoort.

Dat is het grote verschil. Wie kansen ziet, kan ook “nee” zeggen. Maar dan is het een “nee” na het kijken, en niet een “nee” uit angst. Zelfs als er niets uitkomt, heeft zo’n gesprek waarde. Je bent er allebei rijker van geworden.

Heeft het iets met locus of control te maken?

De locus of control kwam bij mij binnen als onderdeel van wat hier achter kan zitten. Ook dacht ik dat de locus of control misschien het meest bekend is bij mijn publiek. Die locus of control is inderdaad deels wel van invloed op het zien van bedreigingen of kansen. Julian Rotter beschreef hoe mensen verschillen in de mate waarin ze denken invloed te hebben op wat hen overkomt[6]. Wie gelooft dat hij invloed heeft, pakt dingen eerder op. Wie denkt dat het leven hem overkomt, gaat eerder in de verdediging.

Deze post gaat echter een stap verder. Het gaat om eigenaarschap. Niet de omstandigheden bepalen of iets een bedreiging is, jouw inschatting doet dat. En die inschatting kun je veranderen. Onderzoekers lieten mensen hun spanning anders benoemen, niet als “ik ben gestrest”, maar als “mijn lichaam maakt zich klaar om te presteren”. Het resultaat: hun lichaam reageerde gezonder en de mensen presteerden beter[7]. Anders kijken is dus geen zweverig advies, maar een werkend element in het dagelijks leven.

Ook ik sta weleens achter de muur

Ik zou het mooi kunnen houden door alleen naar anderen te wijzen. Maar dat zou niet eerlijk zijn. Ik heb zelf ook de neiging om mezelf te beschermen. Tegen klussen die veel tijd kosten, tegen mensen die veel van me vragen.

Meestal is dat onterecht. En die ‘zelfbescherming’ doet me ook geen goed. Ik kan mezelf dan zo goed beschermen dat het te rustig wordt. Ik heb spanning nodig, uitdaging, iets wat me scherp houdt. Hans Selye, een van de grondleggers van het stressonderzoek, maakte al onderscheid tussen stress die je sloopt en stress die je laat groeien[8]. Te weinig uitdaging is net zo goed een probleem als te veel, of misschien wel meer.

Dus als iemand mij om mijn mening vraagt, probeer ik er de tijd voor te nemen. Niet omdat het vanzelf gaat. Het is elke keer weer een bewuste keuze. Maar ik weet inmiddels wat het oplevert om kansen te zien. En ik ken ook de destructieve kant van het geloven in bedreigingen. Dat inzicht maakt dat ik het anders wil doen.

En jij?

Context kan veel veranderen. Soms zit je in een periode waarin het je even te veel wordt. Dan lijkt alles wat op je afkomt een bedreiging. Dat is begrijpelijk. Maar juist dan is het belangrijk om je bewust te worden van wat er gebeurt. Is deze vraag echt een bedreiging? Of is het mijn vermoeidheid die dat zegt?

Dus de volgende keer dat je “ik heb het druk” wilt antwoorden, stop dan even. Vraag jezelf af: bescherm ik nu mijn tijd, of mijn comfortzone? Wat kost het me als ik dit gesprek niet aanga?

Je mag altijd “nee” zeggen. Maar zeg het dan pas nadat je gekeken hebt. Want de muur die je bouwt om niets te verliezen, houdt vooral tegen wat je had kunnen winnen.


Literatuurlijst

  1. Lazarus, R. S., & Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. Springer.
  2. Blascovich, J., & Tomaka, J. (1996). The biopsychosocial model of arousal regulation. Advances in Experimental Social Psychology, 28, 1–51.
  3. Fredrickson, B. L. (2001). The role of positive emotions in positive psychology: The broaden-and-build theory of positive emotions. American Psychologist, 56(3), 218–226.
  4. Hobfoll, S. E. (1989). Conservation of resources: A new attempt at conceptualizing stress. American Psychologist, 44(3), 513–524.
  5. Gilovich, T., & Medvec, V. H. (1995). The experience of regret: What, when, and why. Psychological Review, 102(2), 379–395.
  6. Rotter, J. B. (1966). Generalized expectancies for internal versus external control of reinforcement. Psychological Monographs: General and Applied, 80(1), 1–28.
  7. Jamieson, J. P., Nock, M. K., & Mendes, W. B. (2012). Mind over matter: Reappraising arousal improves cardiovascular and cognitive responses to stress. Journal of Experimental Psychology: General, 141(3), 417–422.
  8. Selye, H. (1974). Stress without distress. Lippincott.

Deze post delen op Social Media:

Leave a Reply