Ik ken de woorden over de splinter en de balk al lang. Eigenlijk al zolang ik me kan herinneren, en toch betrap ik mezelf er nog steeds op dat ik een ander sneller beoordeel (of veroordeel?) dan mezelf. Ik kijk in deze blog naar wat Jezus ons met dat beeld meegeeft, waarom ons brein het ons zo lastig maakt en wat het betekent om een ander werkelijk te helpen. Dat begint bij mezelf en bij het eerlijk kijken naar mezelf.
Een bekende tekst
In de Bergrede is de vraag van Jezus waarom we de splinter in het oog van een ander zo goed zien, terwijl we de balk bij onszelf niet opmerken (Matteüs 7:3-5). Eigenlijk is het beeld bijna komisch. Iemand met een complete houten balk in zijn oog buigt zich voorover om bij een ander een stofje uit het oog te halen. Het is denk ik best herkenbaar, zeker wanneer we de uitleg kennen.
Wat ik soms vergeet is dat het een vervolg heeft. Jezus zegt niet dat we de splinter moeten laten zitten. Hij zegt dat we eerst de balk uit ons eigen oog moeten halen, en dat we daarna helder genoeg zien om de ander te helpen. Helpen blijft dus een opdracht. Het gaat om de volgorde, en om de eerlijke vraag of mijn kritiek op dat moment werkelijk helpen is, of dat het vooral iets over mij zegt.
Hoe ons brein ons voor de gek houdt
Kom ik zelf te laat bij een vergadering, dan heb ik daar een goede reden voor. Iemand hield me aan de praat, er stond een rij bij het koffieapparaat of het verkeer zat tegen. Komt een ander te laat, dan denk ik al snel dat hij zijn zaken niet op orde heeft, of dat deze vergadering voor hem kennelijk niet zo belangrijk is.
In de psychologie is dat een bekend fenomeen. We zoeken bij anderen de oorzaak van gedrag vooral in hun karakter en houden dan weinig rekening met de omstandigheden, dat heet de fundamentele attributiefout[1]. Bij onszelf werkt het juist andersom. Wat goed gaat schrijven we toe aan onszelf, wat misgaat aan de omstandigheden[2]. Nog confronterender is dat we vooroordelen bij anderen veel gemakkelijker herkennen dan bij onszelf, en dat de meeste mensen zichzelf objectiever vinden[3]. Dat is wat mij betreft de balk, beschreven in de taal van de wetenschap.
Bewustwording is wat mij betreft stap één van de oplossing. Daar kan ik me alleen niet altijd op beroepen, want een groot deel van wat we dagelijks doen gaat op de automatische piloot. Onderzoek laat zien dat ongeveer 43 procent van onze dagelijkse handelingen gewoontegedrag is, gedaan terwijl onze gedachten eigenlijk ergens anders zijn[4]. Ons oordeel over de ander is vaak al gevormd voordat we er bewust over hebben nagedacht[5]. Daarom maak ook ik me te vaak schuldig aan het verkeerd beoordelen van mensen. Als ik daar op het moment zelf of later achter kom, dan probeer ik het recht te zetten door even contact te zoeken. Dat lukt me niet altijd, maar het is wel mijn voornemen.
De ergernis als spiegel
Mijn blog dwingt me vaak tot zelfonderzoek en zo ook naar waar mijn balk zit. Ik erger me snel aan opmerkingen die in mijn ogen onnozel zijn. Wijsheid vind ik belangrijk, misschien wel een van de dingen die ik het meest waardeer in een mens. Het raakt het me diep als iemand mij dom noemt.
Dat is waar het ook vaak wringt. Op het moment dat ik me erger aan een onnozele opmerking, zet ik de ander in mijn hoofd weg als dom. Daarmee doe de ander aan wat ik zelf vreselijk vind. De splinter die ik bij de ander denk te zien, blijkt hier dus een afspiegeling van mijn eigen gevoeligheid. Kan dat de les achter veel van onze ergernissen zijn? Wat ons bij een ander het hardst raakt, zegt iets over wat er in onszelf leeft.
Als een ander mijn balk aanwijst
Ik vraag graag om feedback, omdat ik weet dat ik niet alles van mezelf kan zien. Toch is het ontvangen ervan lang niet altijd makkelijk, zeker niet als het een persoonlijk onderwerp raakt. Mijn eerste (onderdrukte) reactie is vaak boosheid. Hoe durf je! In mijn hoofd maak ik er dan direct het allerergste van, alsof iemand me beschuldigt van onethisch gedrag, terwijl het meestal om iets kleins gaat.
Daarbij maakt hoe iets gebracht wordt veel verschil. “Kijk eerst maar eens lekker naar jezelf” zet een mens vaak direct in de verdediging. “Volgens mij is de manier waarop je dit brengt niet helemaal eerlijk” opent eerder een deur tot een goed gesprek. Ik heb geleerd dat ik op het moment zelf vaak beter mijn mond kan houden, even de ander bedanken voor de feedback en er daarna rustig over na kan denken. Jakobus schrijft dat we snel moeten zijn om te horen en traag om te spreken (Jakobus 1:19). Dat klinkt eenvoudiger dan het is, maar het geeft de feedback tijd om te landen en een plek te krijgen.
Helpen vanuit hetzelfde doel
Vijftien jaar lang werkte ik op financiële administraties, waar het benoemen van fouten gewoon bij het werk hoorde. Ik heb altijd mijn best gedaan om dat opbouwend te brengen. Feedback brengen, hoe voorzichtig ook, lijkt altijd iets van een aanval in zich te dragen voor degene die het ontvangt. De meeste mensen laten dat niet zien, maar ik verberg die eerste emotie zelf ook vaak.
Wat een verschil maakt, is het benoemen van het gezamenlijke doel. Het is niet mijn bedoeling om gelijk te krijgen wanneer ik de ander wijs op een fout, maar omdat we allebei willen dat het goed gaat en omdat ik wil dat jij groeit. Dat maakt feedback niet meteen makkelijk, maar wel begrijpelijk. Volgens mij is dat wat Jezus bedoelt met helder zien. Wie eerst eerlijk naar zichzelf heeft gekeken, gaat de ander niet beoordelen maar helpen.
Ken jezelf, is dat ooit zo?
Een gevleugelde uitspraak is de oproep om jezelf te kennen. In het Latijn nosce te ipsum, of in vrijere vorm temet nosce. Het lijkt een eenvoudige opdracht, maar onderzoek laat zien hoe lastig het is. Ongeveer 95 procent van de mensen denkt zichzelf goed te kennen, terwijl dat in werkelijkheid voor slechts 10 tot 15 procent geldt[6].
Mijn eigen antwoord op de vraag of je jezelf ooit echt kent, is dat je daar nooit helemaal mee klaar bent. Dat komt wat mij betreft niet doordat er altijd blinde vlekken blijven, maar meer doordat je zelf verandert. Wat mij de laatste jaren steeds meer helpt, is uitzoomen. Een stap achteruit verder van de situatie, iets meer observeren in plaats van direct reageren. Vaak zie ik dan pas wat er werkelijk speelt, bij de ander en bij mezelf.
Tegelijk geeft het me rust dat ik mezelf niet volledig hoef te doorgronden. David bidt in Psalm 139 of God hem wil doorzoeken en zijn hart wil kennen, en of Hij wil zien of er iets in hem is dat kwaad doet (Psalm 139:23-24). Ik ken mezelf maar ten dele, maar God kent mij volledig. Daardoor is zelfreflectie voor mij geen eenzame zoektocht naar mijn tekortkomingen, maar een gesprek met God, die mij beter kent dan ik mezelf.
Misschien is de splinter en de balk daarom in de eerste plaats een oproep aan mezelf. De volgende keer dat ik me erger aan een ander, wil ik eerst de vraag stellen wat die ergernis over mijzelf zegt. Pas daarna wil ik kijken of en hoe ik de ander kan helpen, met hetzelfde doel voor ogen: dat we allebei mogen groeien.
Literatuurlijst
- Ross, L. (1977). The intuitive psychologist and his shortcomings: Distortions in the attribution process. Advances in Experimental Social Psychology, 10, 173–220.
- Mezulis, A. H., Abramson, L. Y., Hyde, J. S., & Hankin, B. L. (2004). Is there a universal positivity bias in attributions? A meta-analytic review of individual, developmental, and cultural differences in the self-serving attributional bias. Psychological Bulletin, 130(5), 711–747.
- Pronin, E., Lin, D. Y., & Ross, L. (2002). The bias blind spot: Perceptions of bias in self versus others. Personality and Social Psychology Bulletin, 28(3), 369–381.
- Wood, W., Quinn, J. M., & Kashy, D. A. (2002). Habits in everyday life: Thought, emotion, and action. Journal of Personality and Social Psychology, 83(6), 1281–1297.
- Bargh, J. A., & Chartrand, T. L. (1999). The unbearable automaticity of being. American Psychologist, 54(7), 462–479.
- Eurich, T. (2018, 4 januari). What self-awareness really is (and how to cultivate it). Harvard Business Review. https://hbr.org/2018/01/what-self-awareness-really-is-and-how-to-cultivate-it
Bijbelteksten: Matteüs 7:3-5, Jakobus 1:19, Psalm 139:23-24