Onvoldoende sociaal is iets anders dan asociaal

Share on Facebook
Share on X
Share on Linkdin
Share on Pinterest

Als introvert ben ik in gedachten best nog wel veel bezig met sociale interacties. Hoe ‘hoort’ dat nou? Waarom willen we het? Wat is het eigenlijk? Mijn gedachtewereld heeft af en toe de neiging om dingen te over analyseren.

De camping als sociale snelkookpan

Op een camping gebeurt iets bijzonders. Je zit dicht op elkaar, je leeft praktisch buiten, je deelt een grasveld met mensen die je niet kent en toch voortdurend tegenkomt. Mensen lijken er net iets socialer, misschien omdat vakantie ons ontspant, misschien omdat het buitenleven uitnodigt tot contact. Maar juist die constante nabijheid kan sociale situaties intenser maken dan normaal.

Ik merkte dat toen ik één van onze buren de tent uit kwam en mij zag, met mijn Bijbel op schoot en kop koffie in mijn hand. Het onverwachte moment van begroeting, dat ik had kunnen verwachten, zorgde voor ongemak in mijn hoofd en lijf. Mijn buik draaide zich wat om, mijn hand ging half de lucht in, alsof ik zwaaide maar zonder de overtuiging die zwaaien verdient. Het moment was klein, bijna onbenullig, maar mijn gedachten bleven malen. Had ik het anders moeten doen? Had ik het beter kunnen doen? Grote kans dat mijn buur het niet eens als ongemakkelijk heeft ervaren, maar mijn hoofd ging in rondjes. En dat om zo iets kleins.

Wat er van binnen gebeurt

Het ongemak zat niet in de situatie zelf, maar in de overtuiging die geraakt werd: ze vinden mijn reactie raar. Ze vinden mij raar. Dat is een gedachte die veel mensen volgens mij wel herkennen, zeker bij sociale interacties die kort, onverwacht of vluchtig zijn. Mijn lichaam reageerde met spanning, mijn gedachten gingen sneller, alsof ik nog iets kon repareren aan een moment dat al voorbij was.

Dit soort situaties ken ik al langer. Een bekende op de fiets tegenkomen, een snelle “Hoi” is vaak prima, maar de vraag “Hoe is het?” is te groot is voor twee seconden. Je kunt er simpelweg niet in kwijt wat (voor mij) sociaal wenselijk voelt.

Asociaal versus onvoldoende sociaal

Voor mij zit het verschil in intentie. Asociaal gedrag is negatief, bewust afstandelijk of zelfs afwijzend. Onvoldoende sociaal is iets anders. Dat is wanneer je wél de juiste intentie hebt, maar tekortschiet in de uitvoering. Niet omdat je niet wilt, maar omdat het moment te snel gaat, te onverwacht komt, of omdat je eigen onzekerheid even de leiding neemt.

Op de camping voelde ik dat verschil scherp. Ik wilde niet onvriendelijk zijn, ik wilde juist aansluiten. Alleen lukte het niet zoals ik hoopte. Iets dat overigens ook geen enkel probleem is en op z’n tijd best mag.

Geloof als zachte richtingaanwijzer

In mijn gebed vroeg ik om hulp om goed om te gaan met mensen, om aan te kunnen sluiten bij de ander en goed contact te leren maken. Niet omdat ik moet voldoen aan een sociale norm, maar omdat we als mensen bedoeld zijn voor interactie. We zijn niet gemaakt om alleen te zijn. Tegelijk geloof ik dat het niet zo belangrijk is wat anderen van ons denken, maar wel wat God van ons denkt. Mensen zijn onvolmaakt, en in een gebroken wereld is tekortschieten eerder regel dan uitzondering.

Die gedachte bracht mildheid. Het moment was geen moment van falen het werd een les en groei in intimiteit.

Oefenen in bewustwording

Wat ik zou willen in zo’n situatie is simpel: op een later moment even de tijd nemen om alsnog dat praatje te maken. Niet perfect, niet geforceerd, maar bewust. Bewustwording is de sleutel. Als je weet dat het anders kan, dan kan het ook anders. Niet op de automatische piloot leven, maar kiezen voor groei.

Psychologisch gezien speelt hier een samenspel tussen introversie en automatische spanning. Waar introversie maakt dat we sociale situaties diepgaand verwerken, kan onverwachte nabijheid zorgen voor een acute stressreactie in het brein[1]. Wanneer we die spanning vervolgens invullen met gedachten als ‘ze vinden me raar’, treden er mechanismen in werking die sterk lijken op het cognitieve angstmodel van Clark en Wells [2]. De sleutel tot herstel ligt niet in vermijding, maar in mildheid [3] en gedoseerde blootstelling (exposure).

Een les voor ons allemaal

Met een tijd aan afstand zie ik het moment vooral als een uitnodiging. Een uitnodiging om mild te zijn voor jezelf, om bewust te worden van je automatische reacties, en om open te staan voor groei. Onvoldoende sociaal is geen mislukking, het is een tussenstap. Een menselijk moment dat je kunt gebruiken om te leren.

En misschien is dat wel de kern: sociale ongemakken horen erbij. Ze hoeven niet vermeden te worden, ze hoeven alleen gezien te worden. Met mildheid, met intentie, en met de bereidheid om te oefenen. Het is geen falen, het is enkel en alleen een tekortschieten in je eigen beleving. Of je nou in je gedrag wil groeien, of je standaarden wilt aanpassen, het is een oproep tot verandering, tot groei.


Literatuurlijst (APA‑stijl)

  1. LeDoux, J. (2012). Rethinking the emotional brain. Neuron, 73(4), 653–676.
  2. Clark, D. M., & Wells, A. (1995). A cognitive model of social phobia. In R. G. Heimberg (Ed.), Social phobia: Diagnosis, assessment, and treatment. Guilford Press.
  3. Gilbert, P. (2009). The compassionate mind. Constable & Robinson.

Deze post delen op Social Media:

Leave a Reply