Share on Facebook
Share on X
Share on Linkdin
Share on Pinterest

Het is weer zover. Het WK is (op het moment van schrijven 27-6-2026) in volle gang en ineens gebeurt er iets bijzonders.
Straten kleuren oranje. Vlaggen verschijnen uit het niets. Mensen die elkaar normaal nauwelijks groeten, raken in gesprek. En overal hoor je hetzelfde woord terugkomen
“wij”.

“Wij hebben gewonnen.”
“Wij moeten straks tegen …”
“Als wij zo spelen, worden wij wereldkampioen.” Of juist niet.

Ik vind dat opvallend niemand die ik ken staat daar op het veld. We hebben niet getraind, niet gezweet, geen bal aangeraakt. En toch voelt het alsof we er echt bij horen.
En misschien is dat ook zo.

Meer dan een woord

Betrokkenheid is zo’n woord dat vaak gebruikt wordt. In organisaties, in gesprekken, in plannen. Maar het blijft vaak abstract. Je knikt, je begrijpt het concept, maar je voelt het niet altijd.

Totdat het WK begint.

Dan wordt betrokkenheid ineens zichtbaar. Tastbaar. Misschien zelfs wel fysiek voelbaar. Voor mij is het zelfs merkbaar door een hardere piep in mijn oren, vanwege enthousiastelingen in mijn omgeving die elk moment uitbundig vieren.

Mensen trekken hetzelfde shirt aan. Ze leven mee. Ze reageren emotioneel op elke actie. Een doelpunt voelt als een persoonlijke overwinning, een verlies als een teleurstelling die je de rest van de avond met je meedraagt. Of soms zelfs voor een gevoel van afhaken, opeens is het: “Zij hebben verloren.” “Zij hebben slecht gespeelt.”

Blijkbaar zit er in ons allemaal een diep verlangen om ergens bij te horen. Om onderdeel te zijn van iets groters dan onszelf.

Wanneer wordt het “wij”?

Dat blijft een intrigerende vraag. Wanneer verandert “zij” in “wij”?

Het Nederlands elftal speelt al jaren. De spelers wisselen. De coach verandert. De opstelling ook. En toch blijft dat woord bestaan.

“Wij.”

Het lijkt niet afhankelijk van prestatie alleen. Niet van perfectie. Zelfs niet van zekerheid dat het goed komt. Telkens weer is er die hoop en het meeleven.

Het heeft meer te maken met identificatie. Herkenning. Verbinding.

Je herkent jezelf in iets wat groter is. En op dat moment verschuift er iets van afstand naar nabijheid.

Je kijkt niet meer naar een team. Je voelt je onderdeel van het team.

Een diepere laag

Misschien raakt dit wel iets wat dieper ligt dan voetbal.

Want dat verlangen om erbij te horen, om deel uit te maken van een groter verhaal, zit in ons allemaal. Het is niet iets wat we aanleren, het lijkt er al te zijn.

We zoeken het in clubs, in vriendschappen, in werk, in families. En soms, heel even, zie je hoe krachtig het is, zoals bij een toernooi waarin een heel land meeleeft.

Het mooie is dat dit verlangen ook een richting heeft. Alsof het niet alleen maar gaat om ergens bij willen horen, maar om ergens écht thuis willen zijn[1].

De kracht van samen

Wat het WK ons laat zien, is dat betrokkenheid niet ontstaat door regels of verplichtingen.

Het ontstaat wanneer mensen zich verbonden voelen. Wanneer er iets is dat hen samenbrengt, iets waar ze zich in kunnen herkennen, iets waarvoor ze willen staan.

Je kunt het niet afdwingen.

Maar je kunt het wel herkennen wanneer het er is.

Dat is wat mij betreft precies waarom het zo raakt. Je voelt dat het echt is. Dat het van binnenuit komt.

En als dit mogelijk is…

Dan blijft er een prikkelende vraag over.

Als een groep mensen zich zo sterk kan verbinden aan een elftal waar ze zelf niet in staan,
hoe ziet het er dan uit wanneer mensen zich zo verbonden voelen met hun werk, hun team, hun organisatie?

Niet omdat het moet. Niet omdat het op papier staat.

Maar omdat het voelt als “wij”.


Literatuurlijst

  1. Baumeister, R. F., & Leary, M. R. (1995). The need to belong, desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation. Psychological Bulletin, 117(3), 497–529.

Deze post delen op Social Media:

Leave a Reply