Mijn cursor knipperde. Er stonden woorden op mijn scherm, maar de juiste toon ontbrak. Ik moest een e-mail schrijven, een bericht waarin zowel zakelijke duidelijkheid als menselijke warmte nodig was. Dus ik vroeg om hulp. Niet aan een collega, maar aan de machine.
Een paar steekwoorden, een druk op de knop. En daar verscheen de tekst. Grammaticaal weinig op aan te merken. Het oogde professioneel. En tegelijkertijd was het een echo in een lege kamer. Het leven dat in mijn oorspronkelijke bericht zat, de diepgang van de situatie waar ik in zit, het was verdwenen.
Mijn eerste gedachte was er een van teleurstelling in de technologie. Maar toen ik nog eens naar die klinische zinnen keek, bekroop me een ander gevoel. Een ongemakkelijke vraag borrelde op: waar heeft deze machine eigenlijk van geleerd?
Het antwoord is even simpel als confronterend: van ons mensen, wij zorgen voor de input.
De echo van onze eigen haast
Deze AI is getraind met de taal van onze professionele wereld. Een wereld waarin we efficiëntie boven empathie plaatsen. Waarin ‘to the point’ zijn belangrijker is dan verbinding maken. Een wereld waarin we geleerd hebben dat emoties ruis zijn, iets voor buiten de kantooruren. De AI schrijft niet wat hij denkt, hij spiegelt de norm die wij hem hebben aangeleerd.
En daar, in die spiegel, zag ik het. De leegte in de tekst was niet de fout van de machine. Het was een reflectie van de cultuur die we zelf hebben gebouwd.
We verlangen allemaal, diep vanbinnen, naar gezien worden. We sturen een bericht en hopen op een vonk van begrip, een teken van empathie. We willen dat de ander niet alleen de informatie leest, maar ook de mens erachter voelt. Maar onze eigen communicatie is vaak een harnas. Strak, veilig en ondoordringbaar.
Is dit de efficiëntie die we zochten? Een wereld waarin we sneller communiceren, maar steeds minder écht zeggen?
Een groter probleem
Natuurlijk koppel ik de observatie in deze gebeurtenis met mijn e-mail aan een veel groter probleem. Mensen zijn geen logische machines die toevallig ook gevoelens hebben; ik ben van mening dat we in onze hele maatschappij meer holistisch moeten kijken en denken.
Een groot deel van onze professionele wereld is gebouwd op de illusie dat we onze emoties bij de voordeur kunnen (en moeten) achterlaten. Daar moeten we voor waken. De ‘gehele mens’ aanzien is geen softe managementkreet, maar een fundamentele waarheid.
Wanneer een systeem – of dat nu een team, een organisatie of de AI-spiegel van een organisatie is – onze menselijkheid negeert, bouwt het spanning op. Het kan voor grote problemen zorgen. Bijvoorbeeld een vertrek van motivatie, denk aan de uitspraak “Met hart en ziel ergens aan werken”. Zo is de leegte die zichtbaar is in de uitkomst van AI teksten wat mij betreft een symptoom van een groter probleem.
Softies!
Betekent dit pleidooi voor de ‘gehele mens’ dan een vrijbrief voor het sentiment? Een cultuur waarin ‘als het maar goed voelt’ de enige drijfveer is? Zeker niet. Een kompas dat alleen op gevoel vaart, leidt onherroepelijk tot schipbreuk. Het is een recept voor willekeur, instabiliteit en gebroken vertrouwen.
Maar de waarschuwing is ouder en dieper. De Bijbel leert ons juist dat ons hart (de bron van onze diepste gevoelens) feilbaar en zelfs ‘arglistig’ is. Het blindelings volgen van elke emotionele impuls is geen teken van authenticiteit, maar van onvolwassenheid.
Het doel is dus niet de kritiekloze aanbidding van het gevoel. Het is de integratie ervan. Het gaat om het erkennen van de emotie als waardevolle informatie, zonder haar de uiteindelijke regie te geven. Het is de wijsheid om te voelen wat er vanbinnen leeft, om het te onderzoeken, en om vervolgens te kiezen hoe je handelt in lijn met je waarden en je verantwoordelijkheid. Dat is ook precies wat zo bijzonder is aan onze psyche! Wij hebben een bewustzijn en kunnen kiezen hoe we gehoor geven aan interne en externe prikkels.
Wat zijn jouw gedachten en ervaringen als het gaat om deze relevante onderwerpen?
Een klein verzet
Ik realiseer me dat mijn taakomschrijving is veranderd. Als ik met een AI werk, ben ik niet langer alleen de auteur. Het is een samenspel en ik ben de redacteur en kenner van mijn eigen emoties, drijfveren en intenties. De machine mag meewerken, maar het is mijn taak om er adem in te blazen. Om de warmte, de twijfel, de oprechte waardering toe te voegen die een tekst tot leven brengt en misschien wel de reden is dat iets het lezen waard is.
De volgende keer dat je de machine om hulp vraagt, kijk dan eens goed naar wat ze je teruggeeft. Is het een echo van de efficiëntie die je nastreeft, of een reflectie van de mens die je wilt zijn?