Share on facebook
Share on Facebook
Share on twitter
Share on Twitter
Share on linkedin
Share on Linkdin
Share on pinterest
Share on Pinterest

Voor dag en dauw is Frits onderweg, hij moet van zichzelf minimaal 15 kilometer wandelen voordat de dag begint. Hoe dat ooit zo is gekomen, dat weet hij al niet meer. Het is zoals het is, wandelen, dat moet hij. Zijn telefoon is zo ingesteld dat de kilometers keurig worden bijgehouden.

Daar loopt hij, een stevig tempo in de benen. Er is absoluut geen doel, behalve de 15 kilometer halen. Hij loopt, het is geen wandelen, het verschil is hem overigens zelf niet helemaal duidelijk. Deze route heeft hij nog niet vaker gelopen. Het is een mooie route, dwars door het bos, maar Frits heeft daar totaal geen oog voor. Nee, hij loopt, maar zonder bestemming.

Kort kijkt hij op zijn telefoon, hij is pas net 3 kilometer onderweg. Nu kijkt hij toch om zich heen, de bomen vallen hem op, ze staan stil en er is geen geluid te horen. Hoe kan deze plek slechts 3 kilometer van zijn huis verwijderd zijn? Hij waant zich opeens heel ergens anders, de 15 kilometer is uit zijn gedachten verdwenen, de natuur komt bij hem binnen.

Hij loopt door en komt op een uitgestrekte vlakte terecht, heide aan de linkerkant van het zandpad en gras aan de rechter. Opeens ziet hij daar een ladder, het vreemde is dat deze ladder nergens tegenaan lijkt te staan. Althans… hij kan de bovenkant van de ladder niet eens zien, dus misschien staat hij wel ergens tegenaan? De ladder staat daar, midden in het gras, en steekt recht omhoog. Dit moet toch wel het vreemdste zijn dat hij ooit heeft gezien. De ladder van aluminium steekt enorm af tegen de boomgrens die er een meter of 40 achter ligt. Tijd om op onderzoek uit te gaan, denkt hij bij zichzelf en loopt op de ladder af. Zijn doel van 15 kilometer is weg, alsof deze nooit bestaan heeft. Die ladder, enkel die ladder bestaat nog.

‘Hoi Frits, wat vind je van mijn nieuwe ladder?’, het is een onbekende stem die hem op een vriendelijke toon aanspreekt. 
‘Huh? Wie is daar? Wie, wat?’, Frits kijkt rond en ziet niemand. De stem die hij hoorde moet een oorsprong hebben, maar die oorsprong is niet te zien. Even overweegt Frits om het op een sprinten te zetten, weg van hier, dit klopt niet! Een sprint heeft wel een doel, bedenkt hij zich stomweg in deze absurde situatie.
‘Lopen, wandelen, klimmen, sprinten, rennen, draven. Wat een toestand allemaal. Misschien moeten we gewoon even zitten? Wacht, ik kom naar je toe’, de stem kwam absoluut van boven, ergens hogerop deze ladder. Daar waar de stem vandaan kwam, daalde opeens stevige zwarte schoenen af, boven die schoenen een blauwe spijkerbroek. Uiteindelijk een overhemd, met daarin brede schouders, schouders waar klapstoelen overheen hingen. Boven de schouders een hoofd, met middellang bruin haar en een cowboyhoed daar bovenop. Met een rustig tempo komt de man naar beneden klimmen en eenmaal met beide voeten op de grond zet hij de stoelen klaar. Hij stapt op Frits af, die naar het fenomeen heeft staan te kijken alsof hij water zag branden, en steekt zijn hand uit. 

De mannen schudden elkaar de hand en gaan, midden in het grasveld, op de stoelen zitten. Het ziet er bizar uit, maar voelt volkomen natuurlijk. Het is alsof dit de normaalste zaak van de wereld is.
‘Wat ben je aan het doen?’, vraagt de man uiterst geïnteresseerd aan Frits.
‘Uhm… nou… wandelen, maar wie bent u?’
‘Noem je dat wandelen? Wat is je doel?’, de man gaat niet in op de vraag van Frits.
‘Ja? De ene voet voor de ander, tot ik 15 kilometer heb gelopen’, nonchalant kijkt Frits deze man aan. ‘Nogmaals, wie bent u?’
‘Ik ben groot fan van wandelen, je zou me ook een kenner kunnen noemen. Wat jij doet… dat is geen wandelen. Misschien is het lopen, maar zelfs daar durf ik aan te twijfelen.’ Deze man spreekt alsof het hier om hogere wiskunde gaat en is uiterst serieus. ‘Lopen heeft een doel, je wilt ergens naartoe. Kortom je bent bij “a”, en je moet naar “b”. Dan ga je lopen. De reis heeft geen toegevoegde waarde, behalve dan dat je uiteindelijk bij je bestemming uitkomt. Lopen dient een doel en is daarom nuttig. Rennen kent hetzelfde doel, maar daarbij ruil je energie in tegen snelheid.’ De man is stil, alsof hij even wacht tot de les echt is binnengekomen.
‘Klinkt… logisch, denk ik. Mijn doel is 15 kilometer lopen, zodat ik mijn dag goed begin.’
‘Dus? Jouw doel is niet die 15 kilometer, maar je dag goed beginnen?’
‘Uhm… ja, misschien wel. Maar als ik de 15 kilometer niet haal, dan voelt dat niet goed’, zegt Frits terwijl hij zich realiseert dat dit eigenlijk een bizar gesprek is. Een bizar gesprek, maar wat voelt het goed en diep.
‘Waarom zijn die 15 kilometer nodig voor een goed begin van de dag? Hoe is dit begonnen?’
‘Nou… vroeger… ik liep altijd met mijn vrouw samen. Door de bossen, de natuur, maar ook gewoon door de stad. Het maakte eigenlijk niet uit waar we liepen, maar we liepen altijd samen. Elke dag gingen we lopen. Elke dag en dat doe ik nu nog steeds. Lopen. Elke dag.’
‘Maar nu zonder je vrouw?’, de man is wat naar voren gaan zitten en kijkt Frits met vriendelijke, doordringende ogen aan. 
‘Ja, ze is niet meer bij ons’, zegt Frits kort terwijl hij zijn ogen neerslaat.
‘En nu loop je? Alleen? Om je goed te voelen.’
‘Inderdaad, maar ik weet eigenlijk niet waarom ik u dit allemaal vertel.’
‘Laat me je iets vertellen over wandelen. Wandelen is iets heel anders dan lopen. Bij wandelen gaat het niet om ergens terecht komen. Wandelen is het doel. De wandeling zelf is je doel, het gaat om alles. Je beweegt je voeten, maar daar gaat het niet om. Je komt op mooie plaatsen terecht,’ de man beweegt zijn armen om de omgeving te benadrukken, ‘maar ook daar gaat het niet om.’ Het is stil, er klinkt een fluitconcert, speciaal voor hun gegeven door de vogels, op de achtergrond.
‘Waar gaat dat wandelen dan om?’
‘Om wandelen. Niet één van die aspecten, maar al die aspecten. Weet je nog? Samen met je vrouw? Jullie konden genieten van de omgeving, van de beweging, maar het meeste van alles, van elkaar. Wandelen gaat om relatie.’ De ogen van de mannen glimmen, alsof hij zojuist het mooiste op aarde heeft gevonden en met Frits wil delen.
‘Eerder om pijn, angst en eenzaamheid. Dat is als je het mij vraagt!’
‘Je mist je vrouw? Wandelen is dolen geworden en het is nu niets meer dan 15 kilometer lopen.’
Frits begint te snikken. Wat deze man hem vertelt is absoluut waar. Hij kijkt omhoog en probeert het topje van de ladder te ontdekken, tevergeefs. ‘Waar gaat die ladder naartoe?’, vraagt hij terwijl hij zijn tranen wegveegt.
‘Omhoog Frits, die ladder gaat omhoog. Overigens gaat hij ook omlaag, als je vanuit een ander perspectief kijkt uiteraard. De les over klimmen wil ik eigenlijk niet nu behandelen, we hebben het nu over wandelen. Ik wil niets liever dan dat je weer kunt genieten van wandelen.’ De man klopt Frits op drie keer op de knie en kijkt hem bemoedigend aan. Daarna gaat hij achterover zitten en maakt zich klaar om verder te praten. ‘Wandelen is nooit eenzaam, althans… tenzij jij het eenzaam maakt. De eenzaamheid zit namelijk in jou, niet in het wandelen. Dat het wandelen je herinnert aan de eenzaamheid zit volledig in jou. Ik ga je niet vertellen dat verlies makkelijk is en dat je niet verdrietig mag zijn om het verlies van je vrouw. Waar ik je graag op wil wijzen is dat je wandelen weer als doel mag gaan zien, wees niet bang voor je herinneringen, maar ga daarin mee. Je mag nog steeds genieten van de dingen waar je samen met je vrouw van genoot. Zie je iets waarvan je weet dat je er samen met je vrouw naar zou kijken, en zou genieten? Doe dat dan! Geniet. Maak je geen zorgen om het verdriet dat daar ook bij komt kijken.’

Het is een tijd stil terwijl Frits vecht tegen de tranen. Hij kijkt niet om zich heen, maar strak voor zich uit. Hij kijkt eigenlijk nergens naar en probeert ook nergens aan te denken.

‘Zullen we samen verder wandelen Frits?’

Ze staan op en lopen verder over het grasveld, tot ze het pad bereiken. Frits kijkt om, naar de plek waar de ladder stond en ziet niets, alleen natuur. De man naast hem glimlacht terwijl ze verder wandelen. Ze wandelen in stilte, volkomen stilte, volmaakte stilte. De tranen druppelen van het gezicht van Frits, het zijn tranen van vreugde en verdriet. Tranen die de teruggevonden liefde voor wandelen laten zien.

Deze post delen op Social Media:

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email

Leave a Reply