Nieuw boek – proces – Je Liegt

Share on facebook
Share on Facebook
Share on twitter
Share on Twitter
Share on linkedin
Share on Linkdin
Share on pinterest
Share on Pinterest

Op het moment van het schrijven van deze post ben ik al een tijd bezig met een nieuw boek. Ik wil in deze post dat verhaal graag introduceren. Het is een onderwerp dat mij al een behoorlijke tijd geleden heeft ‘gegrepen’ en nooit echt heeft losgelaten. Een belangrijk, maar ook omstreden onderwerp! Geestelijke aanvallen op kinderen.

Het idee

Kinderen hebben een levendige fantasie, ze verzinnen dingen een stuk makkelijker dan volwassenen (over het algemeen). Ook zijn ze vaak makkelijker bang te maken en maken ze zichzelf ook gemakkelijk bang. Een schaduw in de hoek van een slaapkamer kan een ongelooflijk monster worden.

Dit alles is waar, maar ik geloof dat er meer aan de hand is. Ik ben van mening dat kinderen ook meer open staan voor geestelijke ervaringen. Ze geloof ik dat ze ook meer zullen meemaken van wat er in het geestelijke gebeurt. Daarnaast heeft satan het in mijn beleving vaak gemunt op dat wat ons dierbaar is en dat zijn onze kinderen.

Nu het boek: Het gaat over een tiener meisje dat door haar ouders niet geloofd wordt, terwijl er wel degelijk een geestelijke aanval is ingezet. Deze aanval is ontstaan door een occulte oma. De ouders zijn nuchtere mensen en alles wat hun dochter verteld past niet in hun visie van de wereld. Ook al gebeuren er best wel wat onverklaarbare zaken, nog is de uitleg van hun dochter niet geloofwaardig. Het meisje raakt geïsoleerd en nog meer vatbaar voor de aanvallen.

Aandacht voor dit onderwerp

Met dit verhaal probeer ik aandacht te vragen voor dit onderwerp. Natuurlijk is het fictie, maar dat neemt niet weg dat het als eye-opener kan dienen. Je hoeft niet alle fantasieën van je kinderen te geloven, maar het is wel raadzaam om aandacht te hebben voor je kinderen en hun belevingen. Fictief of niet, dat doet er niet echt toe, het is voor kinderen echt genoeg.

Dat is overigens iets wat voor iedereen hetzelfde is. Wat er in je hoofd afspeelt is echt, alleen niet direct zichtbaar voor mensen om je heen. Geloof jij dat je [vul maar in], dan zul je daar ook naar handelen. Het is werkelijkheid omdat jij het werkelijkheid maakt. Kortom gedachten zijn niet ‘onschuldig’, ze zijn richtinggevend en levensbepalend. Verteld iemand (kind of volwassene) jou dat hij de verschrikkelijke sneeuwman heeft gezien midden in de sahara woestijn? Dan heb je een keuze, schrijf je het verhaal af als onzin, een leugen en onmogelijk? Dan zal het gesprek stoppen, de persoon zich (waarschijnlijk) afgewezen voelen en jullie relatie zal er onder lijden. Kies je ervoor om het gesprek aan te gaan (dan hoef je het nog niet te geloven!) dan kun je door, dat doe je door vragen te stellen.

Aandacht voor mensen en met name je kinderen, dat is mijn oproep!

Een stukje uit het verhaal

‘Houd nou toch eens je mond.’

‘Sorry hoor, ik wist niet dat je met het verkeerde been uit bed was gestapt.’

De stemmen komen van de bestuurder en de bijrijder van de middelgrote Peugeot.

‘Wat voor voorbeeld geef je aan je dochters?’ De stem van Leo is hard, zijn knokkels zijn wit en laten zien dat hij zijn handen strak om het stuur heeft gevouwen. Hij kijkt in zijn spiegel naar de kinderen op de achterbank. 

‘Ik? Ik laat ze zien dat jouw moeder niet het enige voorbeeld is! Dat vrouwen sterk zijn en niet onderdrukt horen te worden door hun man. Jij bent degene die ze een verkeerd voorbeeld geeft van mannen… je bent net je vader.’

‘Anne… ik,’ Leo kijkt naar zijn vrouw, zijn ogen vol vuur. ‘Ik ben niet mijn vader! Dat weet jij ook donders goed. Ik heb je nog nooit iets aangedaan!’

‘Soms kom je daar wel heel dichtbij.’ Anne draait om en kijkt naar de meisjes op de achterbank. Ze ziet dat Marie van bijna drie ligt te slapen. 

Achter Anne zit Hannah, haar oordopjes zorgen ervoor dat ze de woordenwisseling van haar ouders bijna niet heeft gehoord. De spanning in de auto heeft ze wel gevoeld, hoe kan het ook anders? De muziek die haar oren in komt geeft haar rust al is het zeker geen rustgevende muziek, maar alles is beter dan luisteren naar die twee voorin de auto.

‘Gaat het Hannah?’

Hannah schrikt op door de hand die haar knie aanraakt en doet een oortje uit. ‘Huh?’

‘Of het gaat vraagt je moeder,’ klinkt het nors vanaf de bestuurdersstoel. 

‘Ja, prima. Hoe lang nog voor we thuis zijn?’

‘We zijn om kwart voor twaalf thuis, dus nog net voor middernacht,’ de stem van Anne klinkt liefdevol en zorgzaam. ‘Misschien moet je proberen nog even wat te slapen? Het is nog bijna een uur rijden.’

Hannah is een jonge meid van veertien, ze haalt de beste cijfers van haar klas en is al een aantal keer gevraagd voor een fotoshoot door een professionele fotograaf. Telkens heeft haar vader daar een stokje voor gestoken, wat hem niet populairder heeft gemaakt bij zijn dochter. 

Ze doet het oortje weer in en kijkt door het raam. De stroompjes water glijden over het raam en in rap tempo komen er nieuwe druppels bij, het regent hard. De weg is goed verlicht en de lantaarnpalen schieten voorbij, het is bijna hypnotiserend. Er is bijna geen ander verkeer te zien op de weg. Opeens ziet Hannah naast de snelweg een silhouet staat. Een lang en slungelig figuur met een hoed op. Haar adem stokt een moment terwijl de silhouet snel uit het zicht verdwijnt. Ze voelt hoe haar hart klopt in haar keel.

‘Het spijt me schat, ik wil geen ruzie met je,’ Leo legt zijn hand op de knie van zijn vrouw om zijn verontschuldiging kracht bij te zetten. ‘Je bent een goede moeder en een geweldig voorbeeld voor onze dochters. Ik ben blij met jou.’

‘Het is oké lieverd. Het spijt mij ook.’ Anne legt haar hand op de hand van haar man en het tweetal is weer stil.

Ook al heeft Hannah de oordopjes in en muziek aan, toch hoort ze de essentie van wat er in de auto gezegd wordt. Ze kijkt zonder ophouden uit het raam, haar ademhaling en hartslag zijn inmiddels alweer wat gekalmeerd. Opeens schrikt ze op, weer een hand op haar knie. Ze doet een oordopje uit.

‘Kun je Marie even wat aandacht geven? Ze is net wakker geworden en heeft volgens mij niet zo een fijne droom gehad.’ Anne kijkt naar haar jongste dochter terwijl ze Hannah de instructies geeft.

Hannah buigt zich over haar zusje heen en raakt haar geruststellend aan. ‘Het is oké Marie, ik ben er.’

Marie kijkt in het gezicht van haar grote zus door dikke tranen heen. ‘Boze man terug.’

‘Het is al goed, je was aan het slapen,’ Hannah wrijft haar zusje over de wang.

‘Dromen zijn niet echt lieverd,’ Anne kijkt vertederd naar Marie. ‘Soms kunnen dromen heel eng zijn, maar je moet leren dat ze niet echt zijn. Er is helemaal geen boze man hier lieverd.’

Leo kijkt in de binnenspiegel naar zijn dochters op de achterbank. ‘Jullie oma is een lieve vrouw, maar ze geloofd in vreemde dingen die echt niet bestaan. Maak je geen zorgen, oké?’

‘Wat hebben mijn ouders er nou weer mee te maken?’ Anne kijkt haar man vurig aan.

‘Nou… ze zegt altijd van die vreemde dingen en haar huis staat vol met vreemde poppen enzo. Ik zou het ook doodeng vinden als ik niet beter wist.’ Leo houdt zijn ogen weer op de weg gericht wanneer hij op rustige toon door praat, ‘het is dat je vader echt een goede man is, anders zou ik minder graag naar je ouders toe gaan.’

‘Ja mijn ouders zijn wat vreemd, vooral mijn moeder, maar niet half zo raar als jouw ouders!’

‘Hebben we het alweer over mijn ouders?’

De ogen van Marie worden groot en haar mond valt open. Ze wijst over de schouder van Hannah tussen de stoelen door naar de voorruit.

Direct kijkt Hannah om, ze kijkt naar buiten en ziet daar hetzelfde silhouet staan die ze eerder ook langs de weg zag staan. De kant van de weg was nu dichterbij en daarmee dus ook het duistere figuur. Ze kan geen gezicht zien, maar wel ogen. Onder de hoed zijn rode ogen te zien die vernietigend de auto in kijken. Dit figuur is zonder twijfel een boze man te noemen denk Hannah bij zichzelf terwijl ze haar hartslag weer in haar keel voelt. 

Marie begint te huilen.

‘Wat is er nou aan de hand?’ Leo kijkt geërgerd in de spiegel naar de achterbank.

‘Je dochter had een nachtmerrie en jij bent ruzie aan het zoeken.’

Hannah geeft haar zusje een zoen op de wang waardoor ze tot rust komt, ‘ik zag hem ook, maar hij is buiten. Je bent hier veilig oké?’ Daarna draait Hannah zich naar haar ouders. ‘Ze zag een man naast de weg staan en daar schrok ze van. Ik zag hem ook.’

‘Een man? Ik zag niets. Was het iemand die een lift nodig heeft? Dan heeft hij pech, wij zitten vol. Daarnaast neem ik niemand mee in dit weer, dan wordt mijn hele auto nat.’

‘Het vreemde is dat ik hem een paar kilometer terug ook zag. Precies hetzelfde figuur.’

Leo lacht zonder zijn blik te verleggen. Hij kijkt strak voor zich uit naar het asfalt. ‘Dus we hebben te maken met een lifter die sneller is dan een auto?’

‘Ik weet hoe stom het klinkt pa… ik weet ook wat ik zag en Marie zag het ook!’

‘Marie? Die heeft het grootste deel van de reis geslapen en ligt straks weer te slapen.’

‘Jullie geloven me nooit!’ Hannah doet haar oordopjes weer in en neemt haar oude houding weer aan. Starend uit het raam ontsnappen er een aantal tranen die ze boos wegveegt.

Deze post delen op Social Media:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email

Leave a Reply