Tijdens mijn opleiding Toegepaste Psychologie zat ik op een zonnige dag binnen in het beursgebouw in Rotterdam. Het was tijd voor een aantal rollenspellen. Ik zat tegenover een medestudent, hij speelde de cliënt, ik de hulpverlener. Maar wat hij vertelde voelde niet gespeeld. Het was écht. Zijn verhaal raakte iets.
Op dat moment kwam er een gedachte bij me binnen.
“Deze persoon verdient mijn aandacht, geen trucjes.”
Tegelijkertijd wist ik ook, dit is een oefening, dus ik moet doen wat er van me gevraagd wordt. Gesprekstechnieken en methodes toepassen. Doorvragen. Samenvatten. Reflecteren. Wondervraag. Verandertaal uitlokken. Herformuleren. En ga zo maar door, alles wat ik geleerd had.
Het werkte. En het voelde niet geforceerd. Het voelde niet alsof ik een toneelstukje aan het opvoeren was, het gesprek verdiepte juist enorm. Alsof er ruimte ontstond voor iets dat echt is. Dat was misschien nog wel de grootste ontdekking van dat moment. Het één sluit het ander niet uit. Je kunt een techniek gebruiken en tegelijkertijd volledig aanwezig zijn bij de ander.
Toch heeft het voor mij tijd gekost voordat ik dat echt kon omarmen.
Het ongemak van ‘trucjes’
In het begin voelde het namelijk heel anders. Het voelde als manipulatie. Alsof ik iets deed met iemand, in plaats van er voor iemand te zijn.
Misschien herken je dat wel. Dat iets wat je leert zo effectief is dat het bijna voelt als valsspelen.
Gesprekstechnieken zijn ook effectief. Ze helpen om sneller tot de kern te komen, om emoties zichtbaar te maken, om veiligheid te creëren. Die effectiviteit maakte dat ik me afvroeg, is dit wel eerlijk?
Achteraf zie ik dat die gedachte ergens vandaan kwam. Niet uit de technieken zelf, maar uit mijn beeld ervan. Ik koppelde er een verkeerde intentie aan.
Eigenlijk is mijn weerstand namelijk heel vreemd. Wat is namelijk het alternatief?
Dat gesprekken moeizaam verlopen, dat mensen vast blijven zitten, dat er geen ruimte ontstaat om te zeggen wat er echt speelt?
Dat wens je niemand. Een hulpverlener niet, maar een cliënt al helemaal niet.
We dragen allemaal iets
Wat mijn opleiding me misschien nog wel meer leerde dan alle technieken bij elkaar, is dat iedereen wel iets met zich meedraagt.
Mijn klasgenoten waren vaak open over hun pijn, hun verleden, hun worstelingen. En ik ook, misschien wel wat minder dan anderen. Dat maakte mij bewust van iets belangrijks. Niet alleen de mensen die hulp zoeken hebben “iets”, dat geldt voor ons allemaal.
Sommigen verbergen het goed.
Sommigen hebben geleerd ermee om te gaan.
En bij weer anderen bepaalt het (nog) een groot deel van hun leven.
Misschien is dat wel precies waarom echte aandacht zo belangrijk is. Waarom het niet alleen gaat om wat je doet in een gesprek, maar vooral om hoe je er zit.
Van techniek naar tweede natuur
De technieken die eerst onwennig voelden, begonnen vanzelf te komen. Niet alleen in oefensituaties, maar juist in gewone gesprekken. Bij het koffiezetapparaat, tussendoor, soms onverwacht en niet bewust ingezet.
Een vraag die net iets verder gaat.
Een reflectie die iemand laat nadenken.
Een stilte op het juiste moment.
Zonder dat ik dacht, nu ga ik techniek X inzetten.
Dat is misschien wel het punt waarop het geen trucjes meer zijn. Als je ze niet meer als techniek herkent, maar als een natuurlijke manier van aanwezig zijn bij de ander.
De houding erachter
En daar ligt volgens mij de kern. Gesprekstechnieken werken alleen echt vanuit de juiste houding.
Dat geldt niet alleen in de hulpverlening, maar eigenlijk voor alles. Ook voor geloof.
Je kunt de “juiste” woorden gebruiken, de juiste vormen volgen, de juiste dingen doen. Maar als het hart er niet in zit, blijft het leeg. Dan wordt het een soort religieus trucje.
Terwijl geloof juist draait om echtheid. Om relatie. Om een hart dat gericht is op God, niet om het perfect uitvoeren van een methode.
Aan de andere kant geldt ook, als iets nep kan zijn, kan het ook echt zijn.
Een gebed kan een gedachteloze herhaling zijn.
Maar hetzelfde gebed kan ook oprecht zijn, vanuit een hart dat zoekt.
Het verschil zit niet in de woorden, maar in de houding. Misschien ook wel het mooie aan 1 Korinthe 13?
Meer dan methodes
Binnen de psychologie wordt al langer erkend dat effectieve hulpverlening uit meer bestaat dan alleen technieken. Onderzoek laat zien dat factoren zoals de relatie tussen hulpverlener en cliënt, verwachtingen en persoonlijke kenmerken een grote rol spelen in het resultaat[1,2].
Technieken en interventies zijn belangrijk, absoluut. Maar ze zijn niet het geheel.
Of misschien nog wel scherper gezegd, zonder de juiste houding verliezen ze hun kracht.
Je kunt alle juiste vragen stellen en toch iemand missen.
Je kunt de perfecte methode toepassen en geen echte verbinding hebben.
En tegelijkertijd, als die verbinding er wel is, kunnen eenvoudige woorden al voldoende zijn om iets in beweging te zetten.
Geen trucjes, maar gereedschap
Als ik terugkijk, ben ik dankbaar dat ik door die fase heen ben gegaan. Het ongemak, de twijfel, het zoeken. Want juist daardoor heb ik geleerd om het verschil te zien.
Gesprekstechnieken zijn geen trucjes om iemand te manipuleren.
Het zijn hulpmiddelen om iemand beter te kunnen begrijpen.
Maar voor mij alleen als ze gedragen worden door echtheid.
Niet omdat het moet, of omdat het zo hoort, maar omdat de ander het waard is om echt gezien en gehoord te worden.
Misschien is dat wel de kern van goede hulpverlening? Of breder: van mens zijn.
Literatuurlijst
- Wampold, B. E. (2015). How important are the common factors in psychotherapy? An update. World Psychiatry, 14(3), 270–277.
- Norcross, J. C., & Lambert, M. J. (2019). Psychotherapy relationships that work III. Psychotherapy, 56(4), 423–430.